Helder Verwoord Een site van Michel ten Hoove

AuthorMichel ten Hoove

Hoe nu verder…..?

Elke dag overlijden in Nederland ongeveer vijf mensen door zelfdoding. Daarnaast proberen jaarlijks negentigduizend mensen zich van het leven te beroven. Voor de directe omgeving is iemand op deze manier verliezen een grote schok. Hoe verwerken familieleden, vrienden, kennissen en collega’s het verlies van een dierbare die zelf uit het leven stapt?

Voor voormalig wedstrijdjudoka, ondernemer en mental-coach Ben Middelkamp staat op 1 augustus 2017 de wereld stil. Op die datum suïcideert zijn zoon Koen op 31 jarige leeftijd zich. 54 dagen lang zijn er alleen tranen. Een periode ook waarin Middelkamp alles van zich afschrijft. Tot hij besluit in de praktijk te brengen waar Middelkamp zelf sporters en anderen in coacht.

Hey Pa…..!

Middelkamp schrijft en publiceert het boek “Hey Pa…”, richt driekwart jaar later de stichting Hey Pa op – vernoemt naar de manier waarop Koen zijn vader altijd begroette – en begint lezingen te geven. Lezingen over het verlies van zijn zoon en hoe de mental-coaching technieken die Middelkamp gebruikt hem helpen bij de verwerking van dit verlies. Middelkamp wil dat het taboe rondom zelfdoding verdwijnt. Zijn motto is praat erover.

Mental coach Ben Middelkamp tijdens een uitzending van RTV Oost. (Screenshot).

In de 24 jarige carrière van voormalig politieagente en zedenrechercheur Irene Kersten passeren veel schokkende gebeurtenissen de revue. Zelfdoding in al haar facetten loopt als een rode draad door haar politieloopbaan.

Liever nazorg bieden dan boeven vangen

Kersten ontdekt in haar werk dat ze meer voldoening haalt uit het bieden van nazorg aan burgers en collega’s dan uit het boeven vangen. Zo roept ze als wijkagente een groep jongeren in de voetbalkantine bijeen om te praten over het verlies van een vriend. Daarnaast is ze actief bij het team collegiale ondersteuning, omdat het “ook politiemensen niet in de koude kleren gaat zitten als ze van het enige heftige incident naar het andere gestuurd worden.”

Worden gezins- of familieleden in Duitsland met een zelfdoding geconfronteerd dan wordt een speciale crisis interventie manager ingeschakeld. Een functie die volgens Kersten ook in Nederland goed zou werken. Kersten: “In Nederland is er Slachtofferhulp voor slachtoffers en kent de politie het Team Collegiale Ondersteuning. Een overall functie zoals in Duitsland is er in Nederland niet. Was het maar zo.” De versnipperdheid van de nazorg in Nederland doet volgens Kersten nabestaanden, dienders en burgers geen goed.

Voor de podcast ‘Hoe nu verder?’ sprak ik met nabestaanden Ben Middelkamp, Agnes van Vugt en Michan Holman, traumabegeleider Irene Kersten en psychiater Aukelien van Nijen. Hoe ervaren nabestaanden en hulpverleners de manier waarop hulpverlening vorm krijgt? Hoe gaan ze om met rouw en verdriet? Voelen zij zich gezien en gehoord? Weten zij de weg naar adequate hulpverlening te vinden?

De podcast

Nationale agenda

suïcidepreventie

Vandaag de dag draait alles op het gebied van suïcidepreventie in belangrijke mate om de organisatie 113 Zelfmoordpreventie. Zij hebben van het ministerie van Volksgezondheid en Welzijn de coördinerende en aanjagende rol toebedeeld gekregen in het vormgeven van het Nederlandse suïcidepreventiebeleid.

113 Zelfmoordpreventie werd in 2009 opgericht door de vorig jaar overleden psychiater Jan Mokkenstorm. Mokkenstorm kampte als student zelf tijdelijk met suïcidale gedachten. Na zijn opleiding als psychiater afgerond te hebben besloot hij zich niet neer te leggen bij de volgens hem toen algemeen heersende gedachte dat je iemands zelfmoord niet kon voorkomen als iemand echt dood wilde.

Proefschrift

In zijn proefschrift ‘On the road to zero suicides’ zegt Mokkenstorm hierover dat de van oorsprong Amerikaanse Zero Suicide beweging in Nederland en internationaal steeds meer voet aan de grond krijgt. Zero Suicide streeft volgens Mokkenstorm naar een verandering van denken. Van de gelaten acceptatie van zelfmoord naar de actieve preventie ervan.

Nadat sinds 2007 het aantal zelfdodingen in Nederland geleidelijk aan weer toenam besloot de overheid om suïcidepreventie te agenderen in de maatschappelijk breedgedragen Nationale Agenda Suïcidepreventie. De Nationale Agenda had in eerste instantie 2014-2017 als looptijd en werd in 2018 met nog eens vier jaar verlengd.

Het plan is om binnen de zorg, het onderwijs, de sociaal-economische sector en de media vanzelfsprekend te laten worden. Mensen die in deze sectoren werken wordt geleerd hoe de risico’s en signalen van suïcide te herkennen. Om vervolgens te weten hoe te handelen.

European Alliance Against Depression

Eén van de onderdelen van de agenda is om het Duitse EADD programma in Nederland toe te passen. Hiertoe is onder andere in september 2016 met 6 GGD regio’s gestart met een Supranet Community. In 2019 zijn hier twee GGD regio’s bijgekomen. Begin 2020 is er een online training beschikbaar gekomen om mensen te trainen suïcidaliteit te herkennen en het gesprek aan te gaan.

Buitenland

Wereldwijd

Jaarlijks overlijden zo’n 800.000 mensen door eigen toedoen. Dit betekent dat er ongeveer iedere 40 seconden iemand sterft door zelfmoord. Hiermee staat zelfdoding op de vijftiende plaats van meest voorkomende doodsoorzaak en gaat het om 1,4% van alle sterfgevallen of 11,4 per 100.000 inwoners. Het aantal suïcidepogingen is het twintigvoudige daarvan.

Het Indirect treft de zelfdoding van iemand héél veel anderen. Denk hierbij aan familie, vrienden, collega’s en anderen. Volgens Engels onderzoek worden 135 mensen geraakt door de zelfdoding van één iemand.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hebben 38 landen een nationale strategie met betrekking tot zelfmoordpreventie.

Duitsland

Onze oosterburen hebben een leidende voortrekkersrol als het gaat om zelfmoordpreventie. Al in 2001 introduceert Duitsland een methode om suïcidaal gedrag aan te pakken. Met het programma wordt in drie jaar tijd het aantal suïcidepogingen en suïcides met 32% teruggedrongen.

Sinds 2016 wordt het succesvolle Duitse programma als European Alliance Against Depression (EAAD) in 15 landen binnen en buiten Europa toegepast. Verdeeld over 100 regio’s, waarvan 75 zich in Duitsland bevinden.

Het Duitse programma rust op vier pijlers. Vier onderdelen die gelijktijdig worden uitgevoerd.

  1. Training en ondersteuning van zorgprofessionals (zoals huisartsen) om suïcidaliteit te herkennen.
  2. Training van de zogeheten gatekeepers. Dit zijn mensen werkzaam binnen onder andere het onderwijs, de politie, het maatschappelijk werk, wijkteams en de schuldhulpverlening.
  3. Het organiseren en aanbieden van zelfhulp voor suïcidale mensen. Met aandacht voor specifieke doelgroepen.
  4. De inzet van (regionale) media om suïcidepreventie te agenderen.

Het EADD programma is inmiddels uitgebreid onderzocht en bewezen succesvol in Duitsland, Hongarije en Portugal. De WHO en de Europese Unie hebben het programma als best practice aangewezen.

Crisisinterventie

Ook bijzonder is het bestaan van zogeheten crisisinterventiemanagers. Dit zijn mensen die – zodra zich een suïcide voorgedaan heeft – door de Duitse politie en Justitie ingeschakeld worden. De taak die deze crisisinterventiemanagers hebben is wettelijk geregeld.

Binnen de zestien verschillende deelstaten van de Bondsrepubliek Duitsland heeft iedere moet iedere Kreise (lees: provincie) een team hebben. Iedere provincie bepaalt zelf hoe zo’n team gefinancierd wordt.

De ene provincie maakt (mede) gebruik van financiering vanuit kerkelijke organisaties. Andere provincies willen dat niet en brengen hun crisisinterventieteam bijvoorbeeld onder bij het Rode Kruis. Het gaat daarbij om de zogeheten PSNV-B (Psychosociale Notfallversorgung voor burgers) en De PSNV-E (collegiale ondersteuning voor einsatzkräfte). Die laatste wordt altijd door de werkgever (brandweer, politie en ambulance) gefinancierd.

Groot-Brittannië

In Groot-Brittanië is veel expertise op het gebied van suïcide. Sinds 8 jaar vindt hier het jaarlijkse congres Suïcide Bereavement UK plaats. Dit congres richt zich met name op de mensen die direct en indirect getroffen worden door de zelfdoding van iemand.

Een uniek particulier initiatief is de If U Care Share Foundation (IUCSF). Opgericht door Shirley Smith nadat haar zoon Daniël in 2005 overleed door zelfdoding.

De liefdadigheidsorganisatie richt zich op zelfmoordpreventie, interventie en postventie. Met name op het gebied van postventie (lees: nazorg voor nabestaanden) heeft IUCSF baanbrekend werk verricht. Door een vraag toegevoegd te krijgen aan het standaard formulier dat agenten moeten invullen bij het vermoeden van zelfdoding wist de organisatie nabestaanden binnen 48 uur nazorg te kunnen bieden.

Met het instellen van een speciaal LOSS team wist Shirley Smith met haar IUCSF de responstijd terug te brengen naar 90 minuten. Iets wat buiten de VS nog niet eerder waargemaakt was.

Jongeren en suïcide

Bijna wekelijks overlijdt er in Nederland een tiener in door zelfmoord. Jaarlijks zo’n 51 jongeren die tussen de tien en twintig jaar oud zijn. Bij het bekend worden van de suïcidecijfers van 2017 bleken maar liefst 81 jongeren door zelfdoding te zijn overleden. Een onverklaarbare stijging. Voor staatssecretaris Blokhuis (VWS) reden speciaal onderzoek te laten doen.

Onder leiding van professor Arne Popma werd een werkgroep ingesteld. Het doel achterhalen welke factoren een rol speelden bij deze zelfdodingen. Om hier inzicht in te krijgen werden de nabestaanden van de 50 jongens en 31 meisjes benaderd. Uiteindelijk werkten de nabestaanden van 35 jongeren mee.

Psychologische autopsie

Voor het eerst werd in Nederland achteraf de methode van de psychologische autopsie toegepast. Met behulp van diepte-interviews en  vragenlijsten werd het leven van de jongeren tot vlak voor de daad in kaart gebracht. Behalve de ouders werden ook overige gezinsleden, vrienden, docenten, behandelaren en werkgevers geïnterviewd. Dit leidde tot 37 interviews met ouders en 41 vraaggesprekken met andere naasten.

Antwoord op wat de piek in 2017 veroorzaakte geeft het onderzoek niet schrijft staatssecretaris Blokhuis in zijn brief aan de Tweede Kamer op 16 januari 2020. Dit was ook niet het doel van het onderzoek. Doe was zo schrijft Blokhuis om ‘beter inzicht te krijgen in de factoren die bij het overlijden van deze jongeren een rol speelden en praktische aanbevelingen te krijgen om de suïcidepreventie onder jongeren in Nederland te verbeteren.’

Paul Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Den Haag, 31-08-2018

Met zichzelf worstelen

De werkgroep Popma onderzocht zes thema’s: de adolescentieproblematiek, de geboden hulpverlening, de invloed van social media, games en series, clusters en imitatie en seksuele identiteit. Ook werden gebeurtenissen vlak voor de zelfdoding onderzocht.

Uit het onderzoeksrapport ‘Suïcide onder 10 tot 20 jarigen in 2017: een verdiepend onderzoek’ komt naar voren dat de jongeren die zelfmoord pleegden meer met zichzelf worstelden dan leeftijdsgenoten over het algemeen doen. Er was sprake van onzekerheid over de eigen seksualiteit en identiteit. De jongeren die suïcide pleegden hadden bovendien meer psychiatrische, psychosociale en emotionele problemen dan gemiddeld het geval is.

JongensMeisjesTotaal aantal zelfdodingen
20137338111
2014563995
2015653095
2016593493
20177839117
Totaal331180511
Aantal zelfdodingen onder jongeren tot 23 jaar naar geslacht en jaar. Bron: CBS.

Suïcidale gedachten

Terwijl onder volwassen Nederlanders 4 tot 7% zich tot hetzelfde geslacht aangetrokken voelt, was het bij de onderzochte groep jongeren 15%. Van vier jongeren wisten de ouders niet wat de seksuele geaardheid van hun kind was of twijfelden daarover.

Bijna driekwart (72%) van de onderzochte jongeren had voor hun overlijden suïcidale gedachten. Meer dan de helft deed bovendien een eerdere poging zichzelf te doden. 56% verminkte zichzelf.

Bij jongeren bestaat het risico van het kopiëren van het gedrag van andere jongeren. De helft van de overleden adolescenten kende iemand die bezig was met zelfdoding. Dit waren vooral meisjes. 63% (22 jongeren) van hen waren in beeld bij de zorg. Bij 17 van de overleden jongeren kwamen psychische stoornissen in de familie voor.

Psychosociale problemen waren er in grote mate bij de onderzochte jongeren. 84% van hen kampte met matige of ernstige psychosociale problemen. Terwijl dit bij de Nederlandse jeugd gemiddeld op 14% ligt. Emotionele problemen kwamen bij 64% van de jongeren voor. Gedragsproblemen kende 39% van de overleden jongeren.

Vier jongeren waren seksueel misbruikt. Acht jongeren hadden trauma’s opgelopen van fysieke mishandeling. Ook werden de jongeren vaker dan gemiddeld gepest. 47% werd In de buurt, op school of op een club gepest. 22% online. 13 jongeren (41%) waren van huis weggelopen.

Aanbevelingen

Uiteindelijk komt de werkgroep Popma tot zes aanbevelingen. Belangrijkste en overkoepelende aanbeveling is dat iedereen die met een tiener met psychische problemen in aanraking komt wordt aangeraden contact te maken en te houden met die jongere.

Daarnaast wordt aangedrongen op een betere herkenning en aanpak van vroege signalen van suïcidaliteit en opvang na een suïcide. Formele en informele zorg zouden een samenwerking tot preventieve netwerken moeten ontwikkelen.

Ook zou er meer samenwerking in de behandeling tussen de professionals en naasten moeten komen. Moet de methode van psychologische autopsie structureel toegepast worden om van iedere zelfdoding te leren en moet er een landelijk lerend systeem komen. Een systeem waarbij regionaal opgedane kennis regionaal en landelijk met zorgaanbieders en experts wordt gedeeld.

Helder Verwoord Een site van Michel ten Hoove